donderdag 21 januari 2010

Nordwest Rutsche

Termen donderdagavond 21h00,


Regelmatig wordt me gevraagd welke weersituatie er nu nodig om grote sneeuw hoeveelheden in de Alpen te krijgen. Vooral komt deze vraag de laatste tijd uit het "Oostenrijkse wintersportkamp" waar met name aan de noordkant van de Alpenhoofdkam tot nu toe relatief weinig sneeuw gevallen is. Ik moet daarbij dan meteen vermelden dat de locale verschillen in Oostenrijk (en overigens ook elders in de Alpen) behoorlijk groot kunnen zijn. Zo hoort men de ene keer geluiden van prima sneeuw en piste condities, terwijl andere berichtten over te weinig sneeuw en ijzige pistes. Hoe dan ook, de echte grote sneeuw (in de volksmond ook wel "dump" genoemd) is tot nu toe aan de noordkant van de Alpen uitgebleven.

Laten eens kijken aan welke voorwaarden globaal moet worden voldaan om tot een echte "dump" te komen aan de noordkant van de Alpen.

Eerste belangrijke factor is "vocht". Hoe meer vocht in de atmosfeer hoe beter. Aan deze eis kan worden voldaan wanneer de aanstroming van de lucht over grote wateroppervlaktes plaatsvindt. (maritiem)

Tweede belangrijke factor is "koude lucht". De aangevoerde lucht moet van origine koud genoeg zijn om de neerslag als sneeuw te laten vallen. (maritiem polair)

Derde belangrijke factor is de "aanstroomrichting". De aangevoerde lucht moet het liefst frontaal tegen het Alpenmassief botsen. Aan de loefzijde van het Alpenmassief wordt de vochtige lucht door de orographie van de Alpen omhoog gestuwd. Hoe hoger hoe kouder en hoe minder vocht de atmsofeer kan bevatten. Gevolg is deels zeer intensieve neerslag aan de loefzijde van de bergen. Deze vorm van neerslag wordt stuwingsneerslag (in het duits Nordstau) genoemd.

De aanstroomrichting wordt met name bepaald door het verloop van de noordelijke straalstroom (polar jetstream. Dit betekent dat de de jetstream een noordwest - zuidoostelijk richting moet volgen welke tevens gericht is op de Alpen. Bij een ideale, langer durende aanstroming met voldoende vocht frontaal op de Alpen, kunnen deze stuwingsneerslagen tevens op de achter liggende gebieden (inner- Alpin) overgrijpen en ook daar voor extreme neerslaghoeveelheden zorgen


Tekening stuwingsneerslag loefzijde "Alpen"




Vierde belangrijke factor is de "tijd" of "duur". Hoe langer de stroming via de bovengenoemde route plaatsvindt hoe langer de stuwingsneerslag aan zal houden. Of anders gezegd, de sturende weerssytemen moeten quasi stationair worden en gedurende enkele dagen niet of slechts weinig van plaats veranderen.

Sturende weersystemen

Om aan deze voorwaarden te voldoen hebben we een sturend hogedruk gebied boven de Atlantische Oceaan nodig en een sturend lagedruk gebied boven Scandinavie en Oost Europa. Tussen beide druksystemen zien we een noordwestelijke hoogtestroming (Jetstream)

Wordt hieraan voldaan, met inacht neming van de boven vermelde voorwaarden, dan kan er in 24 tot 62 uur (of ook langer) zeer veel neerslag gaan vallen. In de wintermaanden betekent dit sneeuw. Hoeveelheden sneeuw van meer dan 2 meter hogerop in de bergen zijn dan geen uitzondering. In de dalen valt natuurlijk minder maar ook daar zijn hoeveelheden van 50 cm tot 100 cm zonder moeite haalbaar.


Jaar 100 winter Alpen

Een extreem voorbeeld van bovengenoemde situatie deed zich voor in de zogenaamde lawinewinter van het jaar 1999. In januari en februari van dat jaar koos de atmosfeer steeds weer voor bovengenoemde constellatie (noordwest stroming) met als gevolg steeds weer optredende extreme stuwings neerslagen in de Alpen.

Winter 1999, locaal meer dan 5 meter sneeuw



Binnen 30 dagen viel er aan de noordkant van de Alpen meer dan 5 meter sneeuw met als gevolg steeds weer optredende lawines met enorme schade en vele slachtoffers in Oostenrijk en Zwitserland. Zo werd bv. op de 23 februari het Oostenrijkse dorp Galtür door een enorme stuiflawine getroffen waarbij 21 personen het leven verloren. (een lawine tot aan de dorpsgrenzen van Galtür werd destijds door de autoriteiten in Galtür voor onmogelijk gehouden).

Foto van Galtür na de stuiflawine



Nordwest Rutsche


De constellatie zoals boven beschreven wordt in het duits ook wel "Nordwest Rutsche" genoemd, vertaald in het Nederlands betekent dit zoiets als "noordwest glijbaan".
De Jetstream glijdt als het ware op de flank van het Atlantische hoog van het noordwesten naar het zuidoosten. Deze constellatie staat dus garant voor veel sneeuw aan de noordkant van de Alpen, het Alpenvoorland, als mede de duitse middel gebergten.

Gisteren vermelde ik al voorzichtig dat er wel eens sneeuw van betekenis zou kunnen gaan vallen tegen het einde van de maand. Ook vanavond komt oa. het europese model ECMWF met zeer interessante kaarten.

Zo simuleert dit model tegen het einde van volgende week een constellatie die voldoet aan alle bovengenoemde voorwaarden. Of te wel een ras zuivere "Nordwest Rutsche". Boven de Atlantische Oceaan ligt dan een krachtig hogedrukgebied wat ook in de hoogte goed ontwikkeld is. Gelijktiidig zien we boven Scandinavie een hoogte laag. Zou deze constellatie bewaarheid worden (en waarom niet) dan krijgen we deze winter voor de eerste keer een klassieke Nordstau met veel, zeer veel sneeuw, in de (noordelijke) Alpen.


ECMWF, de operationele uitdraai simuleert ook anavond weer een klassieke Nordwest Rutsche

Natuurlijk zijn er ook andere situatie denkbaar die significante sneeuwval aan de noordkant van de Alpenkunnen kunnen opleveren. Geen van deze situaties kan echter opboksen tegen de klassieke noordwest circulatie zoals boven beschreven.

Of het allemaal gaat lukken en hoe het zich verder gaat evolueren houden we hier bij SnowRepublic natuurlijk nauwlettend in de gaten.


Ciao voor nu

Johann



Geen opmerkingen: